De Europese Unie voert de komende jaren een ingrijpende uitbreiding van het emissiehandelssysteem door, waardoor huishoudens direct geraakt kunnen worden in hun dagelijkse kosten voor autorijden, verwarming en energieverbruik. Het nieuwe systeem heet ETS2 en wordt vanaf 2027 operationeel, met volledige invoering in 2028. Leveranciers van benzine, diesel, aardgas en andere fossiele brandstoffen moeten voortaan uitstootrechten kopen voor de CO2-uitstoot die ontstaat door het gebruik van hun producten. De verwachting is dat deze kosten grotendeels worden doorberekend aan consumenten.
Volgens de Europese Commissie is ETS2 onderdeel van de bredere Europese klimaatstrategie om de uitstoot van broeikasgassen drastisch te verminderen richting 2030 en uiteindelijk klimaatneutraliteit in 2050 te bereiken. Het systeem vormt een uitbreiding op het bestaande EU ETS, dat sinds 2005 actief is voor zware industrie, elektriciteitscentrales en later ook luchtvaart en scheepvaart.
Het bestaande emissiehandelssysteem werkt volgens het zogenoemde “cap and trade”-principe. Daarbij stelt de Europese Unie een maximale hoeveelheid uitstootrechten beschikbaar. Bedrijven die CO2 uitstoten moeten voldoende rechten bezitten om hun uitstoot te dekken. Naarmate het aantal beschikbare rechten afneemt, stijgt doorgaans de prijs van die rechten. Hierdoor ontstaat volgens de EU een financiële prikkel om minder fossiele brandstoffen te gebruiken en sneller over te stappen op schonere alternatieven.
In het nieuwe ETS2-systeem verschuift die financiële druk richting de sectoren gebouwen, wegtransport en aanvullende industrieën. Anders dan bij het huidige systeem worden niet de huishoudens zelf juridisch verantwoordelijk voor de uitstootregistratie, maar de brandstofleveranciers. Zij moeten emissies monitoren, rapporteren en voldoende uitstootrechten inleveren. Die rechten worden via veilingen verkocht.
De Europese Commissie stelt dat ETS2 nodig is omdat emissiereducties in deze sectoren volgens Brussel onvoldoende snel verlopen om de klimaatdoelstellingen van 2030 en 2050 te halen. Met ETS2 wil de EU de uitstoot in de betrokken sectoren tegen 2030 met 42 procent verminderen ten opzichte van 2005.
De gevolgen voor consumenten kunnen aanzienlijk zijn. In recente analyses en videouitleg wordt gesproken over hogere prijzen voor benzine, diesel, gasverwarming en vliegen. In de RTL Z-reportage wordt uitgelegd dat een gemiddeld huishouden vanaf 2027 mogelijk ongeveer €98 extra per jaar kwijt is aan gas. Voor automobilisten worden bedragen genoemd van circa €89 extra per jaar voor benzinerijders en €120 voor dieselrijders. Daarbij wordt benadrukt dat deze bedragen gebaseerd zijn op huidige prijzen van emissierechten en dat verdere prijsstijgingen mogelijk zijn wanneer het aantal beschikbare rechten verder wordt afgebouwd.
RTL Z beschrijft in de reportage hoe uitstootrechten momenteel ongeveer €60 per stuk kosten. Een luchtvaartmaatschappij zoals KLM moet voor een retourvlucht tussen Amsterdam en Barcelona ongeveer 25 ton CO2 compenseren met uitstootrechten. Dat betekent dat voor zo’n vlucht tientallen rechten nodig zijn die gezamenlijk duizenden euro’s kunnen kosten. Vanaf 2026 verdwijnen bovendien de gratis uitstootrechten voor de luchtvaartsector. Hierdoor zullen luchtvaartmaatschappijen volgens de uitleg waarschijnlijk meer kosten doorberekenen aan reizigers via duurdere vliegtickets.
Het ETS-systeem bestaat al sinds de invoering van het Kyoto Protocol uit 1997, waarin voor het eerst juridisch bindende emissiereductiedoelen werden vastgelegd voor geïndustrialiseerde landen. In maart 2000 presenteerde de Europese Commissie een groenboek met eerste ideeën voor een Europese koolstofmarkt. In 2003 werd de EU ETS-richtlijn officieel aangenomen en in 2005 ging het systeem van start.
De eerste fase van het EU ETS liep van 2005 tot 2007 en gold vooral als proefperiode. Vrijwel alle uitstootrechten werden toen gratis aan bedrijven verstrekt. Door een overschot aan rechten daalde de prijs van emissierechten uiteindelijk tot nul in 2007. In de tweede fase, van 2008 tot 2012, werd het systeem verder aangescherpt. De boetes voor overtredingen stegen naar €100 per ton CO2 en meerdere landen, waaronder Noorwegen, IJsland en Liechtenstein, sloten zich aan.
Tijdens fase drie van het systeem, tussen 2013 en 2020, werd het systeem ingrijpend hervormd. Er kwam één EU-brede uitstootlimiet in plaats van nationale plafonds. Veilingen werden de standaardmethode voor de verdeling van uitstootrechten en meer sectoren werden opgenomen in het systeem.
In 2021 presenteerde de Europese Commissie vervolgens het “Fit for 55”-pakket, bedoeld om de Europese uitstoot tegen 2030 met minimaal 55 procent te verminderen ten opzichte van 1990. Onderdeel van dit pakket was de verdere hervorming van het ETS en de invoering van ETS2. Het Europees Parlement en de Raad van de EU keurden deze voorstellen in 2023 goed.
Binnen het vernieuwde systeem wordt ook het zogenoemde Social Climate Fund opgezet. Dit fonds moet volgens de Europese Commissie kwetsbare huishoudens ondersteunen bij de overgang naar duurzamere alternatieven. Voor de periode 2026-2032 wordt hiervoor €86,7 miljard beschikbaar gesteld vanuit ETS2-inkomsten. Lidstaten moeten rapporteren hoe zij deze middelen besteden aan klimaatmaatregelen en sociale ondersteuning.
De Europese Commissie benadrukt dat ETS2 formeel geen belasting is, maar een emissiehandelssysteem. Tegelijkertijd wordt erkend dat de prijs van CO2-uitstoot via leveranciers in de praktijk waarschijnlijk wordt doorberekend aan consumenten. Volgens de Europese uitleg moeten de opbrengsten van het systeem deels terugvloeien naar klimaatprojecten, energietransitie en sociale compensatiemaatregelen.
De Europese klimaatwet vormt de juridische basis onder deze maatregelen. EU-lidstaten hebben zich daarmee gecommitteerd aan klimaatneutraliteit in 2050. Het emissiehandelssysteem wordt door de Europese Commissie omschreven als één van de belangrijkste instrumenten om die doelstellingen te bereiken. Sinds 2005 zou het bestaande ETS de uitstoot van Europese energiecentrales en industrieën al met ongeveer 47 procent hebben verminderd ten opzichte van 2005-niveaus.
Het huidige EU ETS is inmiddels actief in alle EU-landen plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein en is sinds 2020 gekoppeld aan het Zwitserse emissiehandelssysteem. Sinds 2024 vallen ook emissies uit maritiem transport onder het systeem.
De uitbreiding via ETS2 betekent dat de invloed van het emissiehandelssysteem zich verder verplaatst richting het dagelijks leven van burgers. Verwarming van woningen, autorijden en brandstofgebruik komen daardoor directer onder invloed van Europese CO2-prijzen te staan. Volgens de Europese Commissie moet dit leiden tot snellere investeringen in elektrische voertuigen, warmtepompen, woningisolatie en andere emissiearme technologieën.
Tegelijkertijd wordt in analyses en videoreportages gewezen op de directe financiële impact voor huishoudens die nog afhankelijk zijn van aardgas of voertuigen met verbrandingsmotoren. Door de jaarlijkse afname van beschikbare uitstootrechten kan de prijsdruk volgens het systeem verder toenemen in de komende jaren. Daarmee wordt ETS2 één van de meest omvangrijke uitbreidingen van het Europese klimaatbeleid sinds de introductie van het oorspronkelijke emissiehandelssysteem in 2005.■

